
"JOUW VIBRATOR HAD GISTER KORTSLUITING!"

Toen ik nog erg klein was, en nog gewoon Lotje heette, namen mijn ouders mij altijd mee naar dezelfde kroeg in Maastricht. Mijn vader had via zijn werk ooit de barman W. leren kennen, en was daardoor goed bevriend met hem. Vaak gingen we na een dagje winkelen even uitpuffen op zijn terras met een koel drankje, en in de winter opwarmen met warme chocolademelk met slagroom. Dat hoorde gewoon bij een bezoek aan Maastricht. W. was er bijna altijd, soms achter de bar, soms in de keuken en soms hysterisch rondrennend. Als hij wist dat we er waren, liet hij vaak al het werk uit zijn handen vallen en kwam bij ons zitten om even 'te ouwehoeren'. Veel van mijn vrienden kenden hem ook (waaronder loggenootje Gryts), want ook ik nam ze regelmatig mee naar de kroeg. W. was zo iemand die je graag wil voorstellen aan je vrienden.
Ongeveer een jaar geleden zagen we W. niet meer. Hij bleek te zijn verdwenen, opgelost in het niets. Niemand wist wat er aan de hand was, maar ze wisten dat hij wel eens van die rare buien had. Dus hij zou vast wel weer terug komen. Maar hij kwam niet terug, het duurde maanden en maanden. Nooit meer zagen we hem in de kroeg, en het werd een stuk minder leuk om naar de kroeg te gaan.
Onlangs hoorden we het, W. is overleden aan aids. Ik ben ontzettend geschrokken. Die ziekte lijkt zo'n ver-van-je-bed show, maar het is de realiteit. Het is niet alleen in Afrika, maar overal. Het komt nu wel akelig dichtbij, ik vind het niet leuk meer...
Wie ben je, hoe oud ben je, wat doe je in het dagelijks leven en hoe ben je hier ooit verzeild geraakt?
"Eigenlijk best goed dat ik zolang heb gewacht met die adventkalender..."
"Huh? Hoezo?"
"Nou, nu kan in ŽŽn keer 18 chocolaatjes opeten!"
van een vriendje zoals hem hebben:
* Niet meer in je slaapshirt kunnen slapen.
* 's Morgens met je hand in het donker tasten om te voelen of hij naast je ligt.
* Elk slijmerig liefdesliedje geweldig vinden, want jij bent ook z— verliefd.
* Gewoonten en stopwoordjes van hem overnemen.
* Idioot veel concertjes bezoeken.
* Glimlachen op de raarste momenten.
* Het geloof in de liefde weer helemaal terugkrijgen.
Ik ben een nationale ramp op de fiets. Ik kan het niet. Ik doe het ook bijna nooit. Als het even kan, vermijd ik het. Toen ik mijn kamertje betrok in Den Bosch had ik goed opgelet waar de dichtsbijzijnde bushalte zich bevond. Ik rekende uit hoe lang de busrit zou duren en op welke tijden de bus vertrok. Prima geregeld...
Maar ik ben zo lui als een gordeldier en zo chaotisch als een stokstaartje, dus ik heb nogal eens de neiging om de bus te missen. Dat 'ie aan m'n neus voorbij rijdt komt erg vaak voor. En tsja, je moet toch op tijd op het station zijn, dus dan zit er niks anders op. Fietsen. Ik klooi met m'n schooltas, friemel met het sleuteltje, kieper bijna om als ik voor een stoplicht moet stoppen en tot overmaat van ramp haalt ook nog eens elke randmongool me moeiteloos in. Als ik dan hijgend en piepend in de fietsenstalling van het station verschijn, word ik verbaasd aangekeken; "Hard gefietst?".
Nee. Ik ben een bus-persoon.
Op 10 januari vindt er in de Florins & Firkins van Utrecht weer een heuse weblogmeeting plaats.
Lotte, wist je al dat wij ook komen?
(Bijbehorend bannertje:)
Als je me op straat zou tegenkomen, zou je me niet kunnen herkennen. Met dit weer ben ik helemaal ingepakt, van top tot teen. Het liefst draag ik ook nog dikke kniekousen, maar daar heb ik niet veel van. Wel heb ik een muts op, die grenst tot aan mijn wenkbrauwen, een dikke sjaal die ik tot aan mijn neus heb opgetrokken, een enorm lange, dikke jas, en wollen handschoenen. Vrienden en klasgenoten lachen me uit als ze me zien. Ik lijk blijkbaar op een bankovervaller uit Siberi‘. Een simpel winterjasje is voor hen voldoende, terwijl ik rondhobbel als een Michelin vrouwtje in spŽ.
Niet dat het helpt, want vanmorgen kon ik tegen de conducteur alleen maar de volgende woorden uitbrengen;
"'t Is koud joh!"
Ergens diep in Leeuwarden, net buiten het centrum, staat ietwat verscholen een klein huisje. In de straat waar de coffeeshops, toko's en kleine middenstanders geherbergd zijn in vervallen huizen en het verkeer naar het oosten raast, staat dat kleine huisje om een hoekje. Daar leeft een vergeten verleden. Er zijn maar weinig mensen die van het bestaan weten van dat huisje. Toch schiet er zo nu en dan iemand naar binnen.
Vandaag was ik daar één van. Gepaard met een grote glimlach en mijn betere wederhelft liet ik de zoemer die aan de deur verbonden was, de aanwezigen opschrikken. Aanwezigen die net als ik vast zaten in hun verleden. Het was een duistere bedoening in dat huisje. Ik liet mijn ogen dwalen, rookte passief en deed wat ik wilde doen. Een groezelig vrouwtje, dat alleen een soort Nederlands Duits sprak, deed de rest en tien minuten later stond ik vervuld van kinderlijke blijheid weer buiten.
Een week eerder had ik tijdens een bezoek aan mijn ouders namelijk iets meegenomen uit de kast. Iets van heel vroeger. Ik was bijna vergeten dat we het hadden, maar opeens was het me te binnen geschoten. De vreemde blik van mijn ouders negeerde ik en inmiddels staat het op zijn plaats in mijn eigen huisje. Daarom was het dat ik vandaag bij 'Game Island' een geweldig nieuw oud spelletje voor mijn Super Nintendo kocht.


Ja? Ja? Weet u het nog? Komt het weer bovenborrelen? Heerlijk, dat pielen met de ctrl en de alt in een spelletje waarvan je dacht dat het inmiddels wel vergaan zou zijn. Nou nee. Commander Keen is Alive and Kicking, en ik heb 'm helemaal herontdekt!
Ik wil: me nog drie keer omdraaien, slapen onder twee warme donzen dekens tegen mijn lief aan, tot minstens elf uur, en daarna in een warm bad met kaarsen op de rand, zoals dat hoort, en dan traag ontbijten met lekkere dingen, en warme thee, en een beetje rondsjokken, met een slaperig hoofd en wild haar, en een boek lezen op de bank en niet geconfronteerd worden met de buitenwereld.
Ik doe: saaie dingen, op een veel te oude computer voor een werkgever die me niet betaalt en me rotklusjes geeft, zo heb ik gisteren twee uur rekeningen zitten kopi‘ren en sorteren, maar ik mag niet klagen want dit is stage en hier leer ik van, waarvoor ik veel te vroeg op moet staan, in het vale tl-licht in een kantoor met momenteel vijf mensen, geen muziek en geen spannende gebeurtenissen, met veel dingen die er gedaan moeten worden en niet nuttig zijn.
Waarschijnlijk beleeft een groot deel van de Nederlandse bevolking iets soortgelijks. Waarom stellen we met zijn allen niet een winterritme in? Dit is tegennatuurlijk!
Mijn vader. De hulp-Sinterklaas.

Ik ben zo iemand die gelooft in de kracht van het woord. Ik doe niet aan fysieke agressie jegens computers (hele goede tips hier overigens te vinden), nee, ik ga diplomatiek de dialoog aan. Computers gooi ik niet het raam uit, en ik ga ze niet slaan, dat is voor watjes. We leven immers in een praatcultuur. Als je iets wilt bereiken moet je gaan práten, en dat is precies wat ik doe.
Van de computer verwacht ik dat hij mij uit gaat leggen waarom hij het niet doet wanneer ik hem dat vraag. De printer probeer ik op te peppen met een scala aan liefkozende woordjes, want printers hebben mijns inziens veel liefde nodig. Wat is het heerlijk tieren op de elektrische oven. De naaimachine moet het ontgelden met een 'Ga nááien!' en krijgt een flinke tirade wanneer de naald breekt. De stofzuiger kan natuurlijk een 'Zuigen, kreng!' verwachten, al zijn alle stofzuigers verschillende persoonlijkheden met bijbehorende gebruiksaanwijzing. Ik durf te beweren dat ik met alles waar een stekker aan zit, diepe gesprekken heb gevoerd.
Deze monologen zijn bedoeld om psychische druk uit te oefenen op het apparaat in kwestie. Een mep terug zul je van praten niet snel krijgen, maar bij fysiek geweld naait 'ie je zéker terug. Schreeuwen dus, of praten (vaak in die volgorde). Een ongehoorzame stofzuiger moet je dus niet een pak rammel geven, maar met dreigementen laten weten wie er de baas is.
En ik ben niet de enige. Ik heb Mark Heijblok zien schreeuwen in zijn muis en collega's de Ticketbox op alle manieren horen verwensen. Gewoon even een lekker potje schelden. Totdat elektrische apparaten aangifte kunnen doen voor meervoudig niet-incidenteel psychisch huiselijk geweld blijft dat toch altijd de meest prettige oplossing.
Januari 2003
Februari 2003
Maart 2003
April 2003
Mei 2003
Juni 2003
Juli 2003
Augustus 2003
September 2003
Oktober 2003
November 2003
December 2003
Januari 2004
Februari 2004
Maart 2004
April 2004
Mei 2004
Maart 2005
April 2005
Mei 2005
Juni 2005
Juli 2005
Augustus 2005
September 2005
Oktober 2005
November 2005
December 2005
Januari 2006
Februari 2006
Maart 2006
April 2006
Mei 2006
Juni 2006
Juli 2006
Augustus 2006
September 2006
Oktober 2006
November 2006
December 2006
Januari 2007
Februari 2007
Maart 2007
April 2007
Mei 2007
Juni 2007
Juli 2007
Augustus 2007
September 2007
Oktober 2007
December 2007
Januari 2008
Mei 2008
April 2009