Vanuit de Applestore op Regent Street in Londen wens ik u allen een legendarische jaarwisseling en een nog beter 2007. En als u mij dan nu wilt excuseren, ik ga genieten van Londen, liefde, Starbucks en Apple.
Wat weet u eigenlijk nog van Boggle?
Met wat voor aansteker zou Beatrix haar sigaretten eigenlijk aansteken?
De wekker houdt me uit mijn slaap. Verbeten wikkel ik me in mijn dekbed, en voorzichtig doe ik één oog open. Het is nog donker. Dit zou verboden moeten worden. Dronken van slaap sleep ik mezelf naar de douche, waar ik mechanisch mijn tanden poets. Water, water. Ogen die niet scherp willen stellen. En dan begint het.
"Don't, stop me noooooww!" Blijkbaar is mijn mentale radiostation het enige onderdeel dat wakker is. Ongemotiveerd zoek ik twee sokken bij elkaar, waarbij Queen me met vierstemmige gayheid van een ergerlijke soundtrack voorziet. En slaperig, zo slaperig. Gelukkig sneuvelen dit soort liedjes vaak in de trein al, dus ik hou het nog wel even uit. Ik durf niet eens stil te staan bij het tegendeel.
Met een wapperende sjaal haast ik me even later richting station. De ochtend is koud. Wanten vergeten. Op de brug wankelt een verslaafde. Een traag fietsende moeder houdt een hele stroom fietsers op. En nog steeds is het donker. "'cause I'm having such a good time, I'm having a ball!" Op goed geluk knal ik mijn brik tussen de stationsrekken. Hopen dat de politie vandaag geen parkeercontrole houdt.
Als ik het universiteitsgebouw bereik heb ik al twee uur "Don't stop me, don't stop me, oeh-oeh-oeh!" doorstaan. Lusteloos klim ik de universiteitstrappen op. Een monotone vertelstem wordt aangevuld door een dolby surround aan loopneuzen. En elke keer als mijn oogleden omlaag zakken blijk ik zelf te moeten niezen. Queen tettert in mijn oor. “If you wanna have a good time, just give me a call”
(verder)
Of niet.
Waarom is de voice-over bij natuurfilms natuurdocumentaires altijd heel vaak een zware mannenstem?
Mijn telefoon staat altijd aan. Vrienden en familie kunnen mij altijd bellen, ik ben altijd bereikbaar. 's Nachts ben ik misschien wat minder vriendelijk aan de telefoon als ik uit mijn slaap word gehaald, maar ik neem mijn telefoon dan wel op en ik luister. Ik heb mijn telefoon ook altijd bij me. Want je weet maar nooit.
Als ik nou gisteravond niet zoveel wijn had gedronken tijdens dat etentje van mijn werk terwijl ik al hoofdpijn had, en ook niet had gedanst op harde muziek, had ik die gigantische hoofdpijnaanval van vannacht kunnen voorkomen en had ik me vanmorgen ook niet ziek hoeven melden. Dan had ik ook niet mijn telefoon uitgezet vanmorgen om half 11, en had ik gewoon rond die tijd op mijn werk gezeten. Dan had mijn moeder mij ook niet miljoen keer hoeven bellen en tig smsjes hoeven te sturen. En dan wist ik het slechte nieuws ook meteen, en niet toen ik pas uit mijn coma ontwaakte om 3 uur vanmiddag. Dan had ik ook niet pas om kwart over 3 gehoord dat mijn vader een beroerte heeft gehad en kokhalzend boven de plee gehangen en had ik ook niet daarna nog hoeven douchen. Dan was ik ook niet pas om half 5 bij mijn moeder, en om kwart voor 6 pas bij mijn vader in het ziekenhuis. En dan was alles gewoon veel fijner geweest.
Wat een fijne zaterdag!
Behendig til ik mijn fiets het portiek uit. Nog even de stad in. Braaf klik ik de lichtjes op mijn jas. De straten zijn nagenoeg verlaten. Het motregent en het is donker. Morgen nog wat college, maar een wijntje in mijn stamkroeg kan nog wel.
In het centrum is niet iedere straat even goed verlicht. Verderop baden de Leeuwarder winkelstraten in de feestguirlandes, hier is het echter nog behoorlijk schemerig. Twee figuren fietsen me tegemoet. Ze gaan wat klunzig, bijna te langzaam. Wiebelend vervolgen ze hun weg, hun gebaren geanimeerd, enthousiast. Ik ontwaar nog niet zoveel, maar volgens mij zijn het pofbroeken. En duidelijk donkere gezichten, met iets op het hoofd.
Als het kwartje valt kan ik een glimlach bijna niet meer bedwingen. Wat leuk, zwarte pieten! Waarom niet he, waarom zou een zwarte piet zich beperken tot overdag? Er zijn vast studenten die zo op stap gaan. Het verrast me dat zoiets nog steeds het meisje in me naar boven brengt.
De realiteit schudt me ruw wakker uit mijn kinderlijke betovering. Met grote ogen fiets ik het licht in. Achter me kijken twee hele grote negers verbaasd om.
Ik weet nog heel goed wanneer ik dit voor het eerst zag. Zo'n zeven jaar geleden. 's Nachts, rond twee uur, op de bank in mijn ouderlijk huis. Waarschijnlijk met een plaid om mijn schouders en een mok warme chocolademelk tussen mijn handen geklemd. Want rond mijn zestiende was mijn bioritme volledig absent. In mijn insomnia sloop in 's nachts naar beneden, de donkere huiskamer in. In die tijd werden er 's nachts films van Monty Python herhaald. Heel zachtjes keek ik dan tv, voorzichtig niemand wakker te lachen.
"You manky Scot'sh git! What's he do, nibble your bum?"
(Dank aan Coen van Zwol)
Januari 2003
Februari 2003
Maart 2003
April 2003
Mei 2003
Juni 2003
Juli 2003
Augustus 2003
September 2003
Oktober 2003
November 2003
December 2003
Januari 2004
Februari 2004
Maart 2004
April 2004
Mei 2004
Maart 2005
April 2005
Mei 2005
Juni 2005
Juli 2005
Augustus 2005
September 2005
Oktober 2005
November 2005
December 2005
Januari 2006
Februari 2006
Maart 2006
April 2006
Mei 2006
Juni 2006
Juli 2006
Augustus 2006
September 2006
Oktober 2006
November 2006
December 2006
Januari 2007
Februari 2007
Maart 2007
April 2007
Mei 2007
Juni 2007
Juli 2007
Augustus 2007
September 2007
Oktober 2007
December 2007
Januari 2008
Mei 2008
April 2009